Brainq heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van magnesium op de hersenen. Ontdek hieronder wat zij hebben ontdekt.

Magnesium is een essentieel mineraal dat een belangrijke rol speelt in verschillende fysiologische processen binnen ons lichaam. Het heeft invloed op het activeren van endorfines, neurotransmitters die verantwoordelijk zijn voor stressvermindering, ontspanning, verbeterde slaap, en een betere aandacht, motivatie en concentratie. Magnesium neutraliseert ook spierkrampen door de opbouw van melkzuur in de spieren te verminderen door middel van ATP-productie. Echter, het gebruik van extra zink wordt afgeraden voor personen met een zwakke endorfine functie, spierkrampen en chronische pijn, omdat het het magnetische effect van magnesium op endorfines tenietdoet.

Bovendien heeft magnesium een remmende werking op glutamaat. Glutamaat is een neurotransmitter die een adrenaline-achtig effect kan hebben wanneer het overgestimuleerd wordt. Het wordt vrijgegeven na overmatige activatie van het beloningssysteem en bij langdurige stressvolle situaties. Glutamaat kan worden geactiveerd door verschillende factoren, waaronder suiker, bepaalde voedingsmiddelen, koffie, alcohol, specifieke medicijnen, en langdurig gebruik van bepaalde drugs. Hyperactiviteit van glutamaat kan leiden tot onrust, prikkelbaarheid, aanhoudende gedachten, en gespannen spieren of gewrichten.

Het merendeel van het magnesium in ons lichaam bevindt zich intracellulair, en aangezien bloedtests de extracellulaire waarden meten, kunnen labresultaten geen nauwkeurig beeld geven van de magnesiumniveaus. Het wordt geschat dat 50 tot 70% van de bevolking een magnesiumtekort heeft.

Vitamine B6 verbetert de werking van magnesium. Bij kinderen met ADHD heeft de combinatie van magnesium en vitamine B6 een kalmerend effect op typische symptomen die verband houden met overmatige glutamaatactiviteit, zoals hyperactiviteit, agressie en reactief gedrag.

De toepassingen van magnesium zijn veelzijdig en omvatten het verlichten van onrust, prikkelbaarheid, aanhoudende gedachten, slaapproblemen, ADHD, autisme, stress- en prikkelovergevoeligheid, vermoeidheid (zowel mentaal als fysiek), gespannen spieren en verkrampte spieren.

 

Glutamaatdominantie en magnesium



Glutamaatdominantie is een aandoening die ontstaat door overstimulatie van het beloningssysteem en stresssysteem, met neurotoxische effecten en mogelijke gezondheidsproblemen zoals geheugenproblemen, chronische vermoeidheid, depressie en zelfs de ziekte van Alzheimer. Sommige mensen kunnen hypergevoelig zijn voor glutamaat, wat kan leiden tot constante mentale onrust.

Glutamaatdominantie kan worden veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder endorfine- en dynorfine-resistentie, hoge homocysteïnespiegels, langdurig gebruik van bepaalde medicijnen, hoge insulinespiegels, reactieve hypoglykemie, vitamine B6-tekort, hoge histaminespiegels, gevoeligheid voor salicylzuur, ontwenningsverschijnselen van drugs, hoge exorfinenbelasting, hoge gevoeligheid, ADHD, autisme, bijnieruitputting, cortisolresistentie, CVS, angststoornissen, depressie, reactief gedrag en agressie, OCD, dwangmatig gedrag, hypomanie, moeite met afvallen, overgewicht en een vetrijk dieet, teveel ijzer, de ziekte van Alzheimer en Parkinson, hypercortisolisme en het gebruik van cortisolpreparaten, leer- en geheugenproblemen, oxidatieve stress, mentale en fysieke vermoeidheid, en restless legs.

De tekst noemt verschillende vormen van magnesium met verschillende effecten en absorptiesnelheden. Magnesium-N-acetyltaurinaat en magnesium-glycerofosfaat worden beschouwd als de best opneembare vormen met minder bijwerkingen zoals misselijkheid, winderigheid en diarree. Ze hebben een glutamaatremmend effect en kunnen nuttig zijn bij aandoeningen zoals depressie, onrust en ontwenningsverschijnselen.

Magnesiumbisglycinaat bevat magnesium gebonden aan de aminozuren glycine en lysine en wordt goed opgenomen. Het wordt aanbevolen voor de behandeling van depressie, onrust, droefheid en ontwenningsverschijnselen wanneer het wordt gecombineerd met magnesium-N-acetyltaurinaat.

Magnesiumlactaat, als het magnesiumzout van melkzuur, is nuttig voor de behandeling van brandend maagzuur en verhoogt ook de zink- en magnesiumniveaus in rode bloedcellen.

Magnesiumsulfaat en natriumsulfaat kunnen endorfinereceptoren corrigeren, waardoor de binding van endorfines aan de receptoren wordt verbeterd.



1. Kenmerken van magnesium

  • Magnesium activeert de werking van endorfine door bio-magnetische aantrekking van endorfine op de endorfine-receptoren. Hierdoor verbetert de efficiëntie van endorfine. Endorfine activeert het parasympatische zenuwstelsel (stressremmend, ontspanning, betere slaap) en activeert het beloningssysteem (aandacht, motivatie, concentratie). Endorfine neutraliseert spierkrampen door het melkzuur (lactaat) in de spieren te verminderen (via de aanmaak van ATP). Zink heeft een tegengesteld effect op de magnesium endorfine-magneet werking. Om deze reden wordt het gebruik van extra zink afgeraden aan personen met een zwakke endorfine werking, spierkrampen en chronische pijn.
  • Heeft een glutamaat remmende werking: Hyperactiviteit van de glutamaat/NMDA-receptoren hebben een adrenaline-achtig effect. Het activeert het stresssysteem en komt vrij na overmatig activeren van het beloningssysteem en bij langdurig belastende stress (bv. computerspelletjes, spanningen op het werk of in de partnerrelatie). Middelen die glutamaat activeren zijn: suiker, exorfinen, snelle koolhydraten, PDE-remmers (bv. koffie), alcohol, dopamine stimulerende geneesmiddelen (bv. Ritalin), langdurig gebruik van benzodiazepines, slaapmiddelen en drugs. Bij mensen met een hypergevoeligheid voor de glutamaat  ontstaat onrust, agitatie, het gevoel nooit rust te hebben in het hoofd (malende gedachten, piekeren) en gespannen spieren of gewrichten.
  • 95% van de magnesium voorraad bevindt zich intracellulair. Aangezien bloedtesten de extracellulaire waarden via serum meten, geeft labonderzoek geen reële meetwaarde. Er wordt geraamd dat 50 tot 70% van de bevolking een magnesiumtekort heeft.
  • Vitamine B6 werkt samen met magnesium effectiever. Magnesium heeft een glutamaat remmende werking. Bij kinderen met ADHD heeft de combinatie van magnesium en vitamine B6 een kalmerend effect op de typische kenmerken van een te hoge glutamaat activiteit 48 (hyperactiviteit, agressiviteit en reactief gedrag)

2. Toepassingen van magnesium

  • Onrust en agitatie
  • Malende gedachten en piekeren
  • ADD, ADHD, autisme
  • Stress- en prikkelovergevoeligheid
  • Slaapproblemen, moeite met ontspannen
  • Reacties en agressief gedrag
  • Mentale en fysieke vermoeidheid
  • Gespannen en verkrampte spieren

EPIGENETISCHE WERKING van magnesium

Magnesium heeft een glutamaat remmende werking. Glutamaatdominantie ontstaat na overstimulatie van het belonings- en stresssysteem. Bij een teveel heeft dit eiwit een neurotoxisch effect met afbraak van de zenuw- en hersencellen tot gevolg. In een vergevorderd stadium kunnen geheugenproblemen, bijnieruitputting, chronische vermoeidheid, therapieresistente depressie en Alzheimer ontstaan. Bij een deel van de mensen ontstaat een hypergevoeligheid voor glutamaat. Hierdoor ervaren ze een constante onrust, het gevoel nooit rust te hebben in de hersenen.

De symptomen van glutamaatdominantie:

  • Agitatie en onrust1
  • Stress2
  • Slaapproblemen3
  • Malende gedachten en piekeren (het gevoel nooit rust te hebben in de hersenen)
  • Hyperactiviteit4
  • Moeite met het loslaten van negatieve ervaringen5
  • Mentale en fysieke vermoeidheid6
  • Verkrampte en/of pijnlijke spieren
  • Gespannen gevoel ter hoogte van de borst

Glutamaatdominantie kan zich voordoen bij mensen met:

  • Endorfineresistentie en dynorfineresistentie7 (activeert glutamaat)
  • Hyperhomocysteïne*  (activeert glutamaat)8
  • Langdurig gebruik van slaapmiddelen en kalmeermiddelen (benzodiazepines)9
  • Te hoge insulinewaarden (veroorzaken hyperhomocysteïne)10
  • Reactieve hypoglykemie11
  • Vitamine B6 tekort (vitamine B6 activeert het agmatine eiwit12 dat glutamaat remt)
  • Te hoge histaminewaarden13 (IgE allergieën en exorfinen14) . Histamine versterkt het effect van glutamaat.
  • Overgevoeligheid voor salicylzuur, bv. aspirine15 (activeert glutamaat)
  • Gedurende de ontwenningsfase van drugs, medicatie (bv. Ritalin®16 en benzodiazepines9) en exorfinen
  • Hoge exorfinen belasting
  • Hooggevoeligheid (HSP)
  • AD(H)D17 en autisme
  • Bijnieruitputting, cortisolresistentie, CVS18
  • Slaapproblemen3
  • Angst-, stressstoornissen19 -20
  • PTSS21, MCS18 (meervoudige chemische overgevoeligheid)
  • Depressie22
  • Reactief gedrag, agressie
  • OCD, dwangmatig gedrag, hypomanie23
  • Moeite om te vermageren, overgewicht en een te vetrijk dieet24
  • Teveel vrij (niet-eiwitgebonden) ijzer25 (veroorzaakt hyperhomocysteïne, dat de glutamaat/NMDA-receptor activeert)
  • Alzheimer26 en Parkinson27
  • Hypercortisol en gebruik van cortisolpreparaten28
  • Leer- en geheugenproblemen29
  • Oxidatieve stress (activatie door glutamaatdominantie)30
  • Mentale en fysieke vermoeidheid31
  • Restless legs32

(*) 90% van de homocysteïne is gebonden aan eiwitten, de rest is vrij in plasma, alleen de plasma-homocysteïne activeert de glutamaat/NMDA-receptor33. 

Soorten magnesium

Magnesium-N-acetyltaurinaat:

Is samen met magnesium-glycerofosfaat de best opneembare magnesiumsoort. Deze organische magnesiumverbindingen geven minder aanleiding tot klachten zoals misselijkheid, flatulentie en diarree42.

  • In een vergelijkend onderzoek 34 bleek magnesium-N-acetyltaurinaat het magnesiumtekort beter aan te vullen dan magnesiumzouten (pidolaat, aspartaat, lactaat, gluconaat en chloride). Vanwege de N-acetylatie krijgt taurine een lipofiele functie en wordt de aan taurine gebonden magnesium optimaal opgenomen in de cellen en door de bloedhersenbarrière van de hersenen.
  • Magnesium-N-acetyltaurinaat heeft een kaïnezuur remmende werking34. Kaïnezuur is een neurotransmitter die neurale hyperactiviteit veroorzaakt. De kenmerken zijn hoofdpijn, migraine, epilepsie en convulsieaanvallen.
  • Magnesium-N-Acetyltaurinaat verhoogt de intracellulaire taurine, helpt het premenstrueel syndroom te verlichten (migraine en hoofdpijn), is een glutamaatremmer 54 (glutamaat veroorzaakt agitatie en malende gedachten) en verbetert de binding van endorfine op de receptoren 55. Taurine verbetert de opname van magnesium in de cellen en activeert GABA35. GABA is een krachtige glutamaatremmer en werkt tegengesteld aan het exciterende glutamaat.
  • Taurine beschermt tegen de neurotoxiciteit van bèta-amyloïde36. Een teveel van dit eiwit ligt aan de basis van neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson.
  • Magnesium verbetert de werking van endorfine door de gevoeligheid van de endorfinereceptoren te verhogen37.
  • Magnesium bindt de drie fosfaatmoleculen in ATP (adenosinetrifosfaat)38 en draagt bij tot een betere energiehuishouding en ontspanning van de spieren.
  • Als calciumantagonist reguleert magnesium de vrijgave van neurotransmitters waaronder endorfine37 en dopamine39.

Magnesium-glycerofosfaat:

Heeft het hoogste gehalte aan elementair magnesium (12,5%) van alle organische magnesiumzouten. Het is samen met magnesium-N-acetyl-taurinaat de best opneembare magnesiumsoort. Deze organische magnesiumverbindingen geven minder aanleiding tot klachten zoals misselijkheid, flatulentie en diarree42. Magnesium-glycerofosfaat zorgt voor een drievoudige suppletie: magnesium, glycerofosfaat en fosfor.

  • Glycerofosfaat is een voorstof voor de productie van fosfolipiden. Fosfolipiden zijn de bouwstenen van celmembranen in ons lichaam. Vooral in de hersencellen zijn de hoogste concentraties aan fosfolipiden gemeten. Het gehalte aan membraanfosfolipiden vermindert door een teveel aan glutamaat40. Hierdoor wordt de celwand dunner en schiet de intracellulaire oxidatieve stress door de celwand met weefselbeschadiging in de hersenen tot gevolg.
  • Fosfor is een belangrijk element van ATP (adenosinetrifosfaat) en draagt bij tot een betere energiehuishouding en ontspanning van de spieren. ATP is een natuurlijke glutamaatremmer44.
  • Een teveel aan glutamaat heeft via diverse routes ATP-depletie tot gevolg41. Magnesium heeft als glutamaatremmer een beschermende rol in deze ATP depletie.
  • Fosfor is een belangrijke bouwsteen van fosfolipiden in de celmembranen.
  • De Britse nationale formularium (BNF) publiceerde in 2013 dat orale inname van magnesium-glycerofosfaat een geschikte oplossing is om herhaling van symptomatische magnesiumtekort te voorkomen bij mensen die al eerder zijn behandeld voor deze aandoening43.

Magnesiumbisglycinaat:

Is magnesium gebonden aan de aminozuren glycine en lysine en bevat 11,5% magnesium. Het bevat in tegenstelling tot sommige andere merken geen magnesiumoxide, een binder die wordt toegepast om de prijs te drukken. Magnesiumbisglycinaat absorbeert 228% beter dan magnesiumchloride.

  • In combinatie met magnesium-N-acetyltaurinaat blijkt dit een effectieve combinatie voor de behandeling van depressie, onrust, agitatie, droefheid en het opvangen van ontwenningsverschijnselen 51.

Magnesiumlactaat:

Is het magnesiumzout van melkzuur. De elementaire magnesium concentratie is ongeveer 10% en het heeft een biologische beschikbaarheid van 99%.

  • Magnesiumlactaat wordt vooral toegepast voor de behandeling van brandend maagzuur 52.
  • Magnesiumlactaat zorgt voor een toename van de serum zink en magnesium in de rode bloedcellen 53.

Magnesiumsulfaat:

Magnesiumsulfaat (en natriumsulfaat) hebben een corrigerende werking op de endorfinereceptoren (verbetert de binding van endorfine op de receptoren)56 

REFERENTIES

  1. Barkus C. et al. Hippocampal NMDA receptors and anxiety: at the interface between cognition and emotion. Eur J Pharmacol. 2010.
  2. Papp M. et al. Antidepressant activity of non-competitive and competitive NMDA receptor antagonists in a chronic mild stress model of depression. Eur J Pharmacol. 1994.
  3. Allen RP. et al. Thalamic glutamate/glutamine in restless legs syndrome: increased and related to disturbed sleep. Neurology. 2013.
  4. Chang JP. et al. Attention deficit hyperactivity disorder and N-methyl-D-aspartate (NMDA) dysregulation. Curr Pharm Des. 2014.
  5. Pietrzak RH. et al. Association of In Vivo κ-Opioid Receptor Availability and the Transdiagnostic Dimensional Expression of Trauma-Related Psychopathology. JAMA Psychiatry. 2014.
  6. Morimoto Y. et al. Effects of memantine, an N-methyl-D-aspartate receptor antagonist, on fatigue and neuronal brain damage in a rat model of combined (physical and mental) fatigue. Biol Pharm Bull. 2012.
  7. L Chen et al. The opioid peptide dynorphin directly blocks NMDA receptor channels in the rat. J Physiol. 1995.
  8. Ranjana Poddar et al. Homocysteine-NMDA receptor mediated activation of extracellular-signal regulated kinase leads to neuronal cell death. J Neurochem. 2009.
  9. Tsuda M. et al. Contribution of glutamate receptors to benzodiazepine withdrawal signs. Jpn J Pharmacol. 1999.
  10. Chiang EP. et al. Effects of insulin and glucose on cellular metabolic fluxes in homocysteine transsulfuration, remethylation, S-adenosylmethionine synthesis, and global deoxyribonucleic acid methylation. J Clin Endocrinol Metab. 2009.
  11. Pais I. et al. Blocking NMDA receptor signaling does not decrease hormonal counterregulation to hypoglycemia in humans. Psychoneuroendocrinology. 2008.
  12. Andréll J. et al. Crystal structure of the acid-induced arginine decarboxylase from Escherichia coli: reversible decamer assembly controls enzyme activity. Biochemistry. 2009.
  13. Burban et al. Histamine Potentiates N-Methyl-D-aspartate Receptors by Interacting with an Allosteric Site Distinct from the Polyamine Binding Site. J Pharmacol Exp Ther. 2010.
  14. Kurek M. et al. A naturally occurring opioid peptide from cow’s milk, beta-casomorphine-7, is a direct histamine releaser in man. Int Arch Allergy Immunol. 1992.
  15. Jerome Ruel. Salicylate enables cochlear arachidonic-acid-sensitive NMDA receptor responses. J Neurosci. 2008.
  16. Duke MA. et al. Ontogeny of dopamine agonist-induced sensitization: role of NMDA receptors. Psychopharmacology (Berl). 1997.
  17. Lehohla M. et al. NMDA receptor function in the prefrontal cortex of a rat model for attention-deficit hyperactivity disorder. Metab Brain Dis. 2004.
  18. Martin L Pall. Elevated nitric oxide/peroxynitrite theory of multiple chemical sensitivity: central role of N-methyl-D-aspartate receptors in the sensitivity mechanism. Environ Health Perspect. Sep 2003.
  19. Amaral OB. et al. Targeting the NMDA receptor for fear-related disorders. Recent Pat CNS Drug Discov. 2008.
  20. Chambers RA. et al. Glutamate and post-traumatic stress disorder: toward a psychobiology of dissociation. Semin Clin Neuropsychiatry. 1999.
  21. Jonathan E. Sherin et al. Post-traumatic stress disorder: the neurobiological impact of psychological trauma. Dialogues Clin Neurosci. Sep 2011.
  22. Dang YH. et al. Targeting of NMDA receptors in the treatment of major depression. Curr Pharm Des. 2014.
  23. Pino Alonso et al. Association between the NMDA glutamate receptor GRIN2B gene and obsessive–compulsive disorder. J Psychiatry Neurosci. 2012.
  24. Valladolid-Acebes et al. High-fat diets induce changes in hippocampal glutamate metabolism and neurotransmission. Am J Physiol Endocrinol Metab. 2012.
  25. H Zheng et al. Iron sucrose augments homocysteine-induced endothelial dysfunction in normal subjects. Kidney Int. 2006.
  26. Yu-Jhen Huang et al. NMDA Neurotransmission Dysfunction in Behavioral and Psychological Symptoms of Alzheimer’s Disease. Current Neuropharmacology, 2012.
  27. Ahmed I. et al. Glutamate NMDA receptor dysregulation in Parkinson’s disease with dyskinesias. Brain. 2011.
  28. Li SX. et al. Role of the NMDA receptor in cognitive deficits, anxiety and depressive-like behavior in juvenile and adult mice after neonatal dexamethasone exposure. Neurobiol Dis. 2014.
  29. Barkus C. et al. Hippocampal NMDA receptors and anxiety: at the interface between cognition and emotion. Eur J Pharmacol. 2010.
  30. Reno C. Reyes et al. Activation of neuronal NMDA receptors induces superoxide – mediated oxidative stress in neighboring neurons and astrocytes. J Neurosci. 2012.
  31. Morimoto Y. et al. Effects of memantine, an N-methyl-D-aspartate receptor antagonist, on fatigue and neuronal brain damage in a rat model of combined (physical and mental) fatigue. Biol Pharm Bull. 2012.
  32. Allen RP. et al. Thalamic glutamate/glutamine in restless legs syndrome: increased and related to disturbed sleep. Neurology. 2013.
  33. Kilmer S. McCully. Chemical Pathology of Homocysteine. IV. Excitotoxicity, Oxidative Stress, Endothelial Dysfunction, and Inflammation. Annals of Clinical & Laboratory Science, vol. 39, no. 3, 2009.
  34. Bac P. et al. Reversible model of magnesium depletion induced by systemic kainic acid injection in magnesium-deficient rats: Comparative study of various magnesium salts. Magnes Res. 1996.
  35. Jia F. et al. Taurine is a potent activator of extrasynaptic GABA(A) receptors in the thalamus. J Neurosci. 2008.
  36. Louzada PR. et al. Taurine prevents the neurotoxicity of beta-amyloid and glutamate receptor agonists: activation of GABA receptors and possible implications for Alzheimer’s disease and other neurological disorders. FASEB J. 2004.
  37. Standifer KM. et al. Modulation of Mu1 opioid binding by magnesium: evidence for multiple receptor conformations. J Pharmacol Exp Ther. 1993.
  38. Lacapère JJ. et al. pH and magnesium dependence of ATP binding to sarcoplasmic reticulum ATPase. Evidence that the catalytic ATP-binding site consists of two domains. J Biol Chem. 1990.
  39. Chéramy A. et al. Presynaptic control of dopamine synthesis and release by excitatory amino acids in rat striatal synaptosomes. Neurochem Int. 1994.
  40. Gasull T. et al. NMDA receptor overactivation inhibits phospholipid synthesis by decreasing choline-ethanolamine phosphotransferase activity. J Neurosci. 2003.
  41. Anna Kloda et al. NMDA receptor overactivation inhibits phospholipid synthesis by decreasing choline-ethanolamine phosphotransferase activity. J Neurosci. 2003.
  42. Driessens F et al. On formulas for daily oral magnesium supplementation and some of their side effects. Magnesium Bull 1993.
  43. National Institute for Health and Care Excellence. ESUOM4: Preventing recurrent hypomagnesaemia: oral magnesium glycerophosphate. Published: 29 January 2013.
  44. Anna Kloda et al. Adenosine Triphosphate Acts as Both a CompetitiveAntagonist and a Positive Allosteric Modulator at Recombinant N-Methyl-D-aspartate Receptors. Mol Pharmacol 65:1386–1396, 2004.
  45. Kuchmerovs’ka TM. et al. [State of GABA-benzodiazepine receptor complex in diabetic neuropathy: effect of nicotinamide and nicotinoyl-GABA]. Ukr Biokhim Zh. 2003.
  46. Yang XC. et al. Agmatine selectively blocks the N-methyl-D-aspartate subclass of glutamate receptor channels in rat hippocampal neurons. J Pharmacol Exp Ther. 1999.
  47. Yang TT et al. Pyridoxine inhibits depolarization-evoked glutamate release in nerve terminals from rat cerebral cortex: a possible neuroprotective mechanism? J Pharmacol Exp Ther. 2009.
  48. Mousain-Bosc M. et al. Improvement of neurobehavioral disorders in children supplemented with magnesium-vitamin B6. I. Attention deficit hyperactivity disorders. Magnes Res. 2006.
  49. Stacy A. et al. Zinc Effects on NMDA Receptor Gating Kinetics. Biophysical Journal Volume 100 April 2011.
  50. Wood JD. et al. Methionine-induced changes in glutamate, aspartate, glutamine, and gamma-aminobutyrate levels in brain tissue. J Neurochem. 1985.
  51. Eby GA. et al. Rapid recovery from major depression using magnesium treatment. Med Hypotheses. 2006;67(2):362-70. Epub 2006 Mar 20.
  52. Hirata T. et al. Biologically active constituents of leaves and roots of Aloe arborescens var. natalensis. Z Naturforsch C. 1977 Sep-Oct;32(9-10):731-4.
  53. Steidl L. et al. Metabolism of magnesium and zinc in patients treated with antiepileptic drugs and with magnesium lactate. Magnesium. 1987;6(6):284-95.
  54. Sun X. et al. Magnesium as NMDA receptor blocker in the traditional Chinese medicine Danshen. Phytomedicine. 2005.
  55. Tejwani GA. et al. Modulation of mu, delta and kappa opioid receptors in rat brain by metal ions and histidine. Neuropharmacology. 1990.
  56. Standifer KM. et al. Modulation of Mu1 opioid binding by magnesium: evidence for multiple receptor conformations. J Pharmacol Exp Ther. 1993.